De Notenkraker beleefde zijn première op 17 december 1892
in het keizerlijke Mariinski Theater te Sint-Petersburg.
Het was het tweede project van choreograaf Marius Petipa
en componist P.I. Tchaikovsky. Omdat hun samenwerking bij
De Schone Slaapster in 1890 zo goed verlopen was, mocht
Tchaikovsky al snel daarna weer muziek componeren voor een
ballet van Petipa. Ze lieten zich inspireren door het verhaal
'Nußknacker und Mausekönig' (1814) van Ernst Theodor Amadeus
Hoffmann en de bewerking door Alexandre Dumas.
De creatie van dit ballet ondervond echter wat tegenslag.
Tchaikovsky werd dag en nacht als in een nachtmerrie achtervolgd
door suikerkastelen en notenkrakers, zoals hij in een brief
aan Ivan Alexandrovitch Vsevolojsky, de theaterdirecteur
schreef. En Petipa moest wegens ziekte het ballet aan zijn
assistent Ivanov overdragen.
Voor de muziek in de Notenkraker heeft Tchaikovsky zich
laten inspireren door de Rococo en de late Romantiek; weelderige
muziek, vol vrolijke melodielijnen en variatie – iets dat
in die tijd nog niet eerder was vertoond. Zo experimenteerde
Tchaikovsky met de celesta, een soort klokkenspel met een
toetsenbord. De Russische componist had het instrument ontdekt
in Parijs, en gebruikte het graag.
De première in Sint Petersburg was een bescheiden succes
en de componist zelf was blij dat alles achter de rug was,
zodat hij weer aan andere composities kon beginnen.
In 1895 kwam hetzelfde drietal; Petipa, Ivanov en Tchaikovsky
met een ander ballet dat heel beroemd geworden is: Het Zwanenmeer.
De balletvoorstelling werd in 1944 herontdekt door de Amerikaanse
choreograaf Willam Christensen van het San Francisco Ballet,
die de Notenkraker een prachtige voorstelling vond. Hij
maakte een eigen choreografie en zette de traditie in gang
om het stuk rond Kerstmis in de schouwburg te laten zien.